Rit: 99 km Totaal: 566 km
Ik ben een beetje slordig met de tijd en dat breekt mij ’s avonds zuur op!
Ik slaap slecht, ik word vroeg gewekt door andere vertrekkende gasten, ik slaap door mijn wekker en sta uiteindelijk een stuk later op dan de vorige dagen. Mijn lijf wil niet mee deze morgen en ik ben al geen ochtendmens. Mijn fiets is wel tevreden want hij mocht mee op de kamer!
De meneer die het ontbijt verzorgt is aandoenlijk! Hij moedigt me vaderlijk (moederlijk) aan om veel te eten: allez y il faut manger, mais oui il y a assez, … En hij doet dat met alle klanten. Een vrolijke opsteker voor deze lastige ochtend.
Ik heb de stad niet bezocht gisteravond en ik wil nog een stempel halen in de kathedraal. Ik moet nog wat boodschappen doen. Ik doe alles langzaamaan. In de kathedraal ben ik ontroerd. De kathedraal is heel mooi, imposant groot en het morgenlicht schijnt door de indrukwekkende glasramen. Ik begrijp waarom kathedralen zo groot zijn. Eenvoudige pelgrims die nog nooit hoogbouw hadden gezien moeten zich hier bijzonder nietig hebben gevoeld. Net op dat moment krijg ik een berichtje van Hilde voor onze 25ste huwelijksverjaardag. Ik ben dubbel ontroerd en doe nog een schietgebedje voor ons en onze dochters.
Dit keer navigeer ik feilloos de stad uit. Op naar Auxerre, op papier een haalbare rit. De zon schijnt en het landschap begint te veranderen. De hellingen in de landerijen zijn steiler, je kan niet zo ver kijken in het landschap en alles is omzoomd met loofbomen, ik zie veel eiken. Ook de landbouwpercelen zijn kleiner want opgedeeld met prikkeldraad en er verschijnen koeien in het landschap. Kilometer 20: lekke band achteraan. Alweer! Eerst begrijp ik niet wat ik hoor. Het klinkt als het colaflesje in mijn bagage dat wordt opengedraaid. De oorzaak van het lek vind ik op de plaats van het vorige lek. Het plakkertje is losgekomen. Ik neem geen risico en gebruik een reserveband.
De weg is vrij vlak en het schiet echt goed op. Ongeveer halverwege zie ik fietsende pelgrims mijn richting uitkomen! Andere pelgrims! Eindelijk! Ik fiets naar de overkant van de weg en snij ze de pas af. Het is een Nederlands echtpaar die in Saint Jean-Pied-de-Port zijn vertrokken en dus de Camino in omgekeerde richting afleggen. Ze zijn zichtbaar verbaasd dat ik ze aanspreek en het duurt enkele minuten voor ze ontdooien, wat nog vrij snel is voor Nederlanders vind ik 😄 (dit grapje moest erin omdat Klaas deze blog ook leest!). We wisselen wat weetjes uit, dat doen pelgrims zal ik bij mijn volgende ontmoetingen ontdekken. En ze geven me het adres van een ‘geweldige’ pelgrimsherberg 25 km voorbij Vezelay.
Na mijn lunch navigeer ik verkeerd en het duurt vrij lang voor ik het door heb. Uiteindelijk rijd ik 10 kilometer om en die zullen op het einde van de dag driedubbel doorwegen.
Kilometer 60: lekke band achteraan! Niet weer! Ik ben er een beetje moedeloos van. Ik sta op een lange weg in een naaldbos, in volle zon, snikheet, en de muggen vallen mij massaal aan. Nergens een strookje schaduw, en de auto’s razen voorbij. Ik gebruik mijn tweede en laatste (!) reserveband om de klus te klaren. Als ik bijna klaar ben stopt een vriendelijke man en biedt hulp aan, maar dat hoeft niet meer. Spijtig. Maar de rit, de zon en die twee lekke banden hebben mijn laatste energie gekost en ik heb letterlijk geen kracht meer in de benen! Ca m’a coupé les jambes’ zeggen ze hier in Frankrijk ook. Ik kan geen tempo meer maken en ik sjok verder. En ik moet nog 30 kilometer! En ook nog: het venijn van deze rit zit in de staart. 10 kilometer verder beginnen de hellingen elkaar op te volgen, ik ben behoorlijk suf gefietst. Af en toe toch ook nog een afdaling en met een rotvaart scheur ik door het pittoreske dorpje Chablis dat ik enkel ken van de lekkere wijn bij vis en schaaldieren 😄 ! Bij een afdaling is het verleidelijk om ze zo lang mogelijk te laten duren maar in een ooghoek zie ik dat de kerk open is. Tot nu ben ik door heel wat dorpjes gefietst waar de kerk altijd gesloten was. Of heel uitzonderlijk open maar zonder dat er iemand was. Hier word ik onthaald door 2 hartelijke oudere dames maar het is even zoeken naar de stempel: blijkbaar komen hier niet zoveel pelgrims langs. ‘Nee meneer de kerk is hier ook vaak dicht’. De kerk is mooi en heel uitzonderlijk: een Romaans deel ligt voor een Gotisch deel. Het lijken 2 kerken achter elkaar.
Nog 10 kilometer, nog 2 hellingen maar boven fiets je lange tijd op een plateau tussen de Chablis-wijngaarden. Ik zit ondertussen ook zonder water en sta uit te hijgen aan de boerderij van Alain en Colette die mij van vers water voorzien. Ze zijn stomverbaasd dat iemand met de fiets en voor 5 weken van huis trekt. Hier ben ik de vreemde vogel!
BAuxerre ligt gelukkig beneden aan de Yonne en in de jeugdherberg ben ik nog tot 21u bezig om mezelf wat te fatsoeneren en mijn kleren te wassen. Ik vind een restaurant met tv waar ik kan eten en Portugal de halve finale zie winnen.



