Rit: 80 km Totaal: 1912 km
Ik slaap (alweer) slecht en als de wekker afgaat overweeg ik om de rest van de ochtend in bed te blijven. Een uur later sleur ik mezelf uit bed om toch maar te ontbijten. En tijdens het ontbijt overtuig ik mezelf om toch maar te gaan fietsen. Rijkelijk laat om nu nog maar te vertrekken, het is ondertussen bijna half tien.
Gisteren sinds Santo Domingo het oude koninkrijk Navarra verlaten. Vanaf nu is het fietsen door Castilië en Leon. Net buiten Burgos begint de rit met een pittige klim maar de rest van de rit is overwegend vlak. Dit deel van Spanje is één grote graanvoorraad. Zover je kunt kijken, tot tegen de hellingen aan de horizon, zie je graanvelden. En de enige mensen die ik tegenkom zijn landbouwers die aan het oogsten zijn. Grote delen zijn al geoogst. Strobalen liggen al opgestapeld. Landbouwers zijn in de weer met pikdorsers en andere levensgrote machines!
Kilometer 40 ongeveer, ik ben in het dorpje Castrojeriz. Hier is voldoende slaapplaats. Als ik een halve rustdag wil nemen dan kan ik best hier halt houden. Maar ondanks de slechte start voel ik mij prima. Ik ga voor koffie en fiets gewoon verder.
Kilometer 60. Ik fiets voorbij een rustplaats voor pelgrims met zitbanken en tafels en fris bronwater in de schaduw van platanen en heb er de meest wonderlijke ontmoeting van mijn voorbije Camino. Ik ben zo gefascineerd door deze twee mensen, hij Italiaan, zij Oekraïense, dat we samen de rest van de middag doorbrengen met het delen van wat we meedragen aan eten en drinken, met het analyseren van onze en andere levens, tot de klok ongenadig laat weten dat ik nog 20 km moet fietsen vóór ik een bed kan beginnen zoeken. Het afscheid is ontroerend en het duurt nog tot na 19u eer ik onderdak vind.